Op 16 januari 1927 won Feijenoord in de competitie met 3-4 bij De Spartaan in Amsterdam, voor ongeveer 600 toeschouwers en onder leiding van scheidsrechter Kapteyn. De Spartaan speelde met een geheel gewijzigd elftal, Feijenoord met Borremans en Van Donk als invallers voor Petterson en Visser. Feijenoord was eerst sterker, maar onder leiding van Wijnkoop deed De Spartaan gevaarlijke uitvallen, waaruit door vreemd geschutter van de Rotterdamse achterhoede twee doelpunten vielen, van Wijnkoop en Grijzenhout. Kees Pijl passeerde doelman Oerlemans (2-1), Van Heel benutte een strafschop na hands van Kinstjongbloedt (2-2), en Barendregt kopte een voorzet van Verbeek fraai in (2-3). Na rust scoorde Pijl fraai (2-4), waarna Wijnkoop de achterstand nog verkleinde. Volgens Het Volk kon Feijenoord met de uitslag zeer tevreden zijn.
Bron: eigen verslag op basis van Het Volk van 17 januari 1927 (Delpher).
