In 1924 stond Feijenoord voor het eerst in de eindstrijd om de Zilveren Bal. De tegenstander was het Haagse H.B.S., dat het toernooi al vier keer had gewonnen en bij een vijfde zege de trofee voorgoed mocht houden. H.B.S. trad volledig aan, terwijl Feijenoord het zonder Pijl en Koonings moest doen.
Het eerste halfuur gingen beide ploegen gelijk op, met snel en soms fors spel. Doelman Vermeulen keerde een hard schot van Smeets. Na ongeveer een half uur passeerde Küchlin back Van Dijke en gaf H.B.S. met een hard schuin schot de leiding (0-1). Tot de rust bleven de Hagenaars de sterkste. Kort voor rust raakte Denis de bal in het strafschopgebied met de arm, maar scheidsrechter Tromp floot niet, en zo ontging Feijenoord een strafschop.
Na rust kwam Feijenoord beter in het spel. Toch viel eerst de 0-2: na een fout van Noteboom kreeg de Feijenoord-doelman de bal tegen zich aan, waarna die van richting veranderde en in het eigen doel verdween. Daarna viel Feijenoord fanatiek aan. Doelman Zijlstra hield een goed schot van Vis, en een inzet van Weber werd door Vermetten van de lijn gehaald, maar een doelpunt kwam er niet meer.
Zo won H.B.S. de Zilveren Bal voor de vijfde keer, en daarmee mochten de Hagenaars de trofee voorgoed houden.
Bron: eigen verslag op basis van Het Vaderland, De Maasbode en het Groninger Dagblad van 22 september 1924 (Delpher).

