In de eerste ronde van de bekercompetitie, in april 1928, speelde Feijenoord in Arnhem tegen Arnhemse Boys. Binnen een minuut nam de thuisploeg de leiding uit een slecht genomen strafschop. Nog voor de tiende minuut had Feijenoord die achterstand met twee fraaie doelpunten omgebogen. Bij het tweede doelpunt had de Arnhemse doelman volgens de Arnhemsche Courant beter moeten ingrijpen. Daarna kwam de thuisploeg beter in het spel, en na een goed opgezette aanval schoot Kramers onhoudbaar de 2-2 binnen.
Na rust waren de Boys iets sterker, maar Feijenoord hield goed stand. In de slotfase ging de thuisploeg vol in de aanval. Vijf minuten voor tijd brak Feijenoord door en maakte het 2-3, volgens de Arnhemse krant vanuit een buitenspelpositie. Feijenoord ging door naar de volgende ronde.
Bron: eigen verslag op basis van de Arnhemsche Courant en de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 23 april 1928 (Delpher).
