Eind augustus 1956 begon Feijenoord het bekertoernooi in De Kuip tegen De Musschen, voor ongeveer zesduizend toeschouwers. Omdat bij een gelijkspel de thuisploeg zou verliezen, moest Feijenoord winnen. De Musschen probeerden te voetballen, en de eerste helft was minder eenzijdig dan de uitslag doet vermoeden. Na tien minuten zette De Kok de amateurs op voorsprong. Na een kwartier kopte Cor van der Gijp een vrije trap van Den Bleijker langs doelman Van der Griend (1-1). Louwers zette De Musschen opnieuw op voorsprong, maar Piet Steenbergen maakte met een verre knal weer gelijk.
In de laatste vijf minuten voor rust scoorden Bak en Den Bleijker (4-2), maar Dijkstra kopte nog voor rust een voorzet van De Kok binnen (4-3). Na rust liet Feijenoord het niet meer gebeuren, al misten De Kok en Louwers nog grote kansen. In de snel invallende duisternis scoorde Henk Schouten drie keer, en ook Van der Gijp en Den Bleijker scoorden nog eens: 9-3.
Bron: eigen verslag op basis van Het Rotterdamsch Parool van 27 augustus 1956 (Delpher).
