Vier dagen voordat het landskampioenschap in Tilburg officieel kon worden binnengehaald, speelde Feyenoord in een bijna volle Kuip, voor ruim 40.000 toeschouwers, de bekerfinale tegen Fortuna Sittard. Trainer Thijs Libregts hield spits Peter Houtman, die met een enkelblessure kampte, bewust op de bank. Met de niet volledig fitte Van de Korput, Stafleu en Duut in de ploeg wilde hij geen extra risico nemen.
Fortuna had zijn ticket voor de Europa Cup voor bekerwinnaars al op zak en speelde fris en gedurfd, vaak met meer overleg dan de Rotterdammers. Feyenoord, met Johan Cruijff als regisseur, zat vast en kwam nauwelijks tot goed voetbal. Lang bleef het 0-0.
Na 69 minuten bracht Libregts Houtman in voor de zwakke Carbo, en drie minuten later was het raak. Ruud Gullit gaf vanaf rechts een voorzet, doelman Van Gerven botste op zijn eigen voorstopper Eleveld en Houtman kopte de bal binnen (1-0). Tien minuten voor tijd joeg Wim Koevermans de gelijkmaker nog over het doel.
Prins Claus reikte de beker uit aan aanvoerder Ben Wijnstekers, terwijl de supporters massaal het veld op stroomden. 'Invallen en meteen het winnende doelpunt maken is natuurlijk schitterend', zei Houtman. Het voetbal was mager, maar de eerste prijs van het seizoen was binnen, en daarmee lag de eerste dubbel sinds 1969 binnen bereik.
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad, Het Parool en Trouw van 3 mei 1984 (Delpher).

