Op 9 september 1956 won Feyenoord in de eredivisie thuis met 5-1 van BVV, voor 35.000 toeschouwers, en was al voor rust in veilige haven. Met Van der Hoek weer als stopper was de verdediging sterker, en de rappe voorhoede, waarin alleen rechtsbuiten Den Bleijker wat uit de toon viel, gleed telkens door de Bossche verdediging, waarin doelman Van der Burgt zich voortreffelijk weerde. Na tien minuten opende Van der Gijp de score uit een goede pass van Den Bleijker. Kort daarop botsten linkshalf Van Woerden en BVV-middenvoor Van Beurden bij een kopduel; Van Woerden moest met een zware hersenschudding naar het ziekenhuis, Van Beurden werd met een hoofdwond vervangen door Bertens. Schouten maakte 2-0 door een misser van Van der Burgt en benutte daarna een strafschop wegens haken van Moulijn (3-0), en nog voor rust scoorde Moulijn 4-0. Na rust werd Van der Burgt vervangen door Saris. Nadat Van Bergen tegen had gescoord, maakte Schouten er 5-1 van. Bij Feyenoord kwam ook invaller-doelman Onderstal in actie.
Bron: eigen verslag op basis van de Nieuwe Haarlemsche Courant (Delpher).
