Na de 1-1 in Rotterdam moest Feyenoord in het Ernst Happelstadion in Wenen scoren om de finale in Brussel te halen. Trainer Arie Haan had zijn spelers gewaarschuwd geen spelhervattingen dicht bij het eigen doel weg te geven, omdat Rapid met Jancker, Stumpf, Ivanov en Marasek veel meer lengte en kopkracht had.
Na één minuut en twintig seconden ging het al mis. Iwan liet zich verrassen door Heraf, Rapid kreeg een hoekschop, en in het geklungel in de Feyenoord-defensie profiteerde topscorer Carsten Jancker (1-0). Feyenoord leed veel balverlies en leek geen zin te hebben in de finale. Na ruim een half uur ging Boateng onder een bal door, en de ervaren Stumpf lobte over De Goey (2-0). Een paar minuten later ging Heraf weer langs Iwan, en zijn voorzet werd door Jancker binnengewerkt (3-0).
Feyenoord kwam er daarna niet meer aan te pas. Een schot van Koeman en een kopbal van invaller Obiku waren de enige kansen.
Het AD sprak van een blamage. Juist voor jonge spelers als Van Bronckhorst, Van Gastel en Boateng was het jammer dat ze een finale misliepen. Koeman zei na afloop: 'Dit elftal heeft wel toekomst. Maar niet voor de weg die Feyenoord wil gaan. Toch blijf ik bij deze club.'
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad van 19 april 1996 (Delpher).




