In de kwartfinale van de UEFA Cup ontving Feyenoord het Brusselse RWD Molenbeek, de ploeg van trainer Piet de Visser, met oud-Feyenoorder Jan Boskamp op het middenveld. De Belgen kwamen om te verdedigen: Eddy Koens bleef op de bank, zodat alleen Wellens en Teugels voorin speelden. Harry Vos dekte Wellens, Wim Rijsbergen nam Teugels voor zijn rekening en Ramljak speelde libero.
Met de vrijheid die Rijsbergen en Schneider daardoor kregen, wist Feyenoord geen raad. Het middenveld raakte overbezet en het spel was smal en chaotisch. Theo de Jong begon met enkele veelbelovende acties, maar Boskamp stopte hem al na drie minuten met een forse overtreding en kreeg geel. Doelman Nico de Bree hield RWDM met sterke reddingen overeind, en juist toen Feyenoord aandrong, kreeg Molenbeek bij uitvallen enkele schitterende kansen. Doelman Treijtel voorkwam met goed getimed uitkomen een achterstand.
Nico Jansen speelde met een knieblessure en werd ruim twintig minuten voor tijd vervangen door Ernst. Het werd 0-0. Een groot deel van de ruim 40.000 toeschouwers verliet zes minuten voor tijd al de Kuip, en toen via de luidsprekers kaarten voor de return werden aangeboden, klonk hoongelach.
'Ontstellende armoede in het spel van Feyenoord', kopte NRC Handelsblad. Trainer Vujadin Boskov had vooraf al gewaarschuwd voor het behoudende spel van RWDM.
Bron: eigen verslag op basis van Trouw en NRC Handelsblad van 3 maart 1977 (Delpher).




