Na de 0-0 in Rotterdam had Feijenoord in november 1974 in Camp Nou aan elk gelijkspel met doelpunten genoeg voor de kwartfinale. Trainer Wiel Coerver koos voor een voorzichtige opzet, met slechts twee echte aanvallers, Ressel en Kristensen. De eerste twintig minuten liep het goed. Van Hanegem ontregelde op het middenveld meer dan Neeskens bij Barcelona.
Toen leefde Johan Cruijff zich uit. Drie keer ontsnapte hij aan zijn bewaker Rijsbergen, en drie keer bood zijn pass Carles Rexach een kans waarvan 'elke voetballer droomt'. Rexach maakte ze alle drie af (3-0). 'Barcelona heeft drie halve kansjes gehad en daaruit drie doelpunten gemaakt, en wij hadden aan vier kansen niet genoeg', zei Coerver. Barcelona-trainer Rinus Michels verdedigde de Feyenoordse tactiek: 'De verliezer heeft altijd ongelijk.'
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad en de Leeuwarder Courant van 6 november 1974 (Delpher).




