Na weken van tegenslag, met onder meer een gelijkspel tegen PSV en een nederlaag in Venlo, had Feyenoord op 13 mei 1962 nog één punt nodig voor de landstitel. Tegenstander ADO trad met vijf invallers aan, maar had zelf ook punten nodig tegen degradatie. Zo'n 63.000 toeschouwers kwamen naar de Kuip. Feyenoord begon nerveus en weifelend.
In de elfde minuut legde middenvoor Schuurman de bal klaar voor Den Engelse, die Pieters Graafland met een prachtig schot passeerde (0-1). Het werd stil op de tribunes. ADO-stopper Villerius hield de Feyenoord-aanvallers lange tijd in bedwang, maar in de 27e minuut zette een combinatie van Bouwmeester, Moulijn en Van der Gijp Henk Schouten vrij voor het doel, en hij versloeg de uitstekende doelman Oostrum (1-1). Het stadion dreunde op zijn grondvesten.
Daarna werd het spel niet beter. Het combinatiespel was te peuterig, en de zwoegende Hagenaars, die met een gelijkspel tevreden waren, verdedigden met man en macht. In de nerveuze slotfase namen beide ploegen geen risico meer. Drie minuten voor tijd werkte Bergholtz de bal in het doel, en duizenden jonge supporters stormden het veld op. Scheidsrechter Godding had echter al voor een overtreding gefloten. Nadat het veld was ontruimd, werd de wedstrijd uitgespeeld.
Het was niet zo overtuigend als het jaar ervoor, maar Feyenoord was voor de zevende keer kampioen. Ook ADO vierde feest, omdat het de degradatie had ontlopen.
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad, de Nieuwe Haarlemsche Courant, De Gooi- en Eemlander en Het Rotterdamsch Parool van 14 mei 1962 (Delpher).






