Op 20 augustus 1967 won Feijenoord in De Kuip met 3-1 van Sparta, voor 58.000 toeschouwers. Volgens de kranten was het een derby zonder incidenten, maar ook zonder sfeer. Sparta verloor de wedstrijd in één minuut, de 26e. Na een overtreding van Ter Horst kopte Eijkenbroek de vrije trap van Moulijn weg. De bal sprong van Kemper voor de voeten van Wim Jansen, en via Jansen kwam hij bij Ove Kindvall, die vrij stond en Van Beveren passeerde: 1-0. De volgende aanval leverde opnieuw een doelpunt op. Ter Horst kopte een voorzet van Ruud Geels, de vervanger van de op de training geblesseerde Samardzic, in eigen doel: 2-0. Tot de rust was Feijenoord oppermachtig, maar Bentzon redde op de doellijn en een kopbal van Kindvall ging tegen de lat. Na ongeveer twintig minuten in de tweede helft zakte Feijenoord weg en kreeg Sparta kansen. Tien minuten voor tijd maakte Jansen er met een prachtig doelpunt 3-0 van, na een voorzet van Moulijn. In de slotfase liet Pieters Graafland een inzet van Bosveld glippen, en Nol Heijerman schoot de bal in: 3-1. Doelman Jan van Beveren voorkwam volgens Het Rotterdamsch Parool een grotere nederlaag. Na afloop was men bij Feijenoord somber. Manager Guus Brox zei over de wedstrijd tegen kampioen Ajax, twee weken later: 'Zo spelend maken wij niets tegen Ajax.'
Bron: eigen verslag op basis van Het Parool, Het Rotterdamsch Parool en De Tijd van 21 augustus 1967 (Delpher).




