In de return in Madrid, in september 1965, was Feijenoord volgens het Rotterdamsch Parool 'onherkenbaar'. Voor 75.000 toeschouwers in het Bernabéu speelde Real Madrid superieur voetbal, met de vleugel Gento-Puskás en een supersnelle Serena op rechts. Binnen tien minuten kreeg de 38-jarige Ferenc Puskás de bal op zijn linkervoet, en hij schoot met effect laag in de linkerhoek (1-0). Na twintig minuten sprong een schot van Pirri van het lichaam van Haak naar Puskás, die 2-0 maakte.
Puskás maakte nog voor het halfuur zijn derde, en vlak voor rust schoot Grosso de 4-0 binnen. Vlak voor tijd maakte Puskás met een zoevende schuiver zijn vierde doelpunt (5-0). Over twee wedstrijden ging Real met 6-2 door.
'Zoals Feijenoord nu, hadden wij toen angst voor de tegenstander. Nu hebben wij vrijuit gespeeld', zei Puskás. Guus Haak gaf het volmondig toe: 'Wat een voetbal. En wat een geweldenaar is die Puskás nog altijd.'
Bron: eigen verslag op basis van het Rotterdamsch Parool, De Volkskrant en De Telegraaf van 23 september 1965 (Delpher).








