Biografie
‘Ik ben opgegroeid in Welberg, een heel klein dorpje in West-Brabant,
tegen Steenbergen aan. We waren thuis met zijn vieren: mijn ouders,
mijn broer en ik. Als kind was ik niet bepaald een engeltje, volgens
mij was ik voornamelijk druk en lastig en ook flink bijdehand. Als
jongetje van amper viereneenhalf begon ik bij de lokale club SC Welberg
te voetballen. Cruijff en Neeskens waren mijn idolen, net zoals van
bijna iedereen in die tijd. NAC werd al snel mijn club. Ik ging aan de
Beatrixstraat naar wedstrijden kijken en was gelijk verkocht. Toen ik
elf was, werd ik bovendien uitgenodigd om bij NAC te komen voetballen.
Ik was gescout tijdens de Open Dag van de club en dat was voor mij een
dusdanige eer dat ik geen moment getwijfeld heb. Bovendien zag ik het
als mijn grote kans om mijn droom om profvoetballer te worden te kunnen
verwezenlijken. Helaas ging het de eerste jaren minder goed dan ik had
gehoopt. Ik speelde doorgaans rechtshalf en stak er niet bepaald
bovenuit. Niet figuurlijk en ook niet letterlijk, want het zou tot mijn
zestiende duren voordat ik echt ging groeien. En toen ik veertien was,
had men bij de club al geconstateerd dat ik niet goed genoeg was,
waarop ik besloot om terug te gaan naar de amateurs van Steenbergen. In
de A-jeugd van die club verhuisde ik naar de spits.
Bij Steenbergen zou ik uiteindelijk 5 jaar spelen, waarvan de laatste
twee seizoenen in het eerste elftal. Ik ontmoette er Rob Hellendoorn,
die trainer van de selectie was. Hellendoorn is heel belangrijk voor me
geweest, omdat hij het in me zag zitten. Hij was constant met me bezig,
omdat hij zag dat ik wel talent had en ook dat ik heel graag wilde. Hij
was militair en werkte op een kazerne in Ossendrecht en daar kon ik
bijvoorbeeld extra aan krachttraining doen. Ook toen ik eenmaal bij RBC
zat, kwam ik er nog vaak om sterker te worden. Ik ben hem nog steeds
dankbaar voor die periode, want anders had ik het niet gered in het
profvoetbal.
Omdat het goed ging bij Steenbergen, werd ik opgemerkt door Tiny van
Dijk, een scout van RBC. Ik werd op amateurbasis naar Roosendaal
gehaald en ik was er van overtuigd dat dit mijn laatste kans op een
profcarrière was. Daarom deed ik extra mijn best en bleef ik
bijvoorbeeld trainen in het krachthonk in Ossendrecht. Het begin bij
RBC was moeilijk. Ik had tijd nodig om me aan te passen aan het tempo
waarin alles gebeurde. Desondanks mocht ik na de voorbereiding bij het
eerste blijven. Het was eigenlijk mijn geluk dat RBC financieel niet zo
ruim zat, waardoor ze genoodzaakt waren om veel eerder dan andere teams
jeugdspelers in te passen. Ik mocht een aantal keer invallen en scoorde
bij die gelegenheden gelijk drie keer. Daardoor schoof ik wat op in die
hiërarchie op de reservebank. Omdat de toenmalige spits van RBC
vervolgens geblesseerd raakte, speelde ik bijna de gehele tweede
seizoenshelft. Op zich ging dat niet zo fantastisch, maar ik kreeg wel
een contract. Het tweede jaar was vervolgens top, want ik was vanaf de
eerste wedstrijd basisspeler en ik scoorde uiteindelijk 27 goals.
Daarmee was mijn naam gevestigd en er kwam interesse van diverse clubs,
waaronder NAC. De keuze voor mij was daarmee eenvoudig, want bij NAC
wilde ik heel graag voetballen.’
DE DOORBRAAK ‘NAC betaalde vier ton voor mij, waar de club het eerder
niet in me zag zitten. Toch wilde ik geen lange neus maken naar de
club, daarvoor was ik te veel supporter van NAC. Maar er terugkeren
nadat ik eerder niet goed genoeg was bevonden, gaf me wel een hoop
voldoening. Het werden een paar mooie jaren in Breda, waarin ik in
totaal 81 keer scoorde. Het plezier ging er gepaard met succes en dat
is voor mij toch een ideale combinatie. Als klap op de vuurpijl werd ik
in december 1995 bovendien voor het eerst geselecteerd voor Oranje en
dat als NAC-er, een droom die uitkwam. Maar, uiteindelijk wilde ik toch
graag hogerop. Ik blijf natuurlijk een profvoetballer en financieel kon
NAC zich niet meten met de top. In de winterstop van 1994/1995 kwam
Celtic met een aanbod en dat heb ik gelijk gedaan. Celtic is een
geweldige club. Het is een enorm grote club, wereldwijd, en toen ik er
in kwam hadden ze zes jaar lang eigenlijk niets gewonnen. Maar we
pakten gelijk de beker en ik scoorde in de finale de enige goal. De
ontlading bij de club en bij de fans was enorm en zo anders dan alles
wat ik in Nederland gezien had. Er heerste een ongekende passie voor
club, maar dan wel een hele warme, geen agressieve zoals bijvoorbeeld
in Zuid-Europa. De mensen in Glasgow waren zo warm, zo respectvol… echt
fantastisch. Alhoewel ik populair was bij de fans, waardeerde de
president van de club me minder. De afspraak was dat mijn contract snel
opengebroken zou worden, maar dat kwam hij niet na. Pas toen ik over de
helft van mijn contract heen was en het Bosman-arrest van kracht werd,
wilde hij over verlenging praten. Kortom: we kwamen er niet uit en ik
belandde daardoor op de bank. Met het oog op Oranje – de toenmalige
bondscoach Hiddink zou me niet selecteren als ik geen basisplaats had -
koos ik er met pijn in mijn hart voor om mijn heil elders te gaan
zoeken. Ik besloot voor mezelf om in te gaan op de eerste club die me
een aanbieding deed. Dat werd Nottingham Forest. Achteraf een verkeerde
keuze: de club stond op degraderen, de kwaliteit van het elftal was
matig en binnen de club ontbrak het aan structuur. Bovendien was de
beleving heel anders dan bij Celtic. We zakten direct af naar de First
Division. Het tweede jaar was redelijk: ik scoorde een hoop goals en we
promoveerden weer. Maar ik wilde weg bij de club, ik voelde me er geen
profvoetballer. De leiding had beloofd het team te versterken, maar
daar kwam helemaal niets van. Forest wilde me wel laten gaan, maar dan
alleen voor heel veel geld. PSV was geïnteresseerd, maar de club vroeg
absurde bedragen en kwam afspraken niet na. Na het WK’98 bleef ik
daarom in Nederland. Drie maanden trainde ik mee met NAC om m’n
conditie op peil te houden. Die periode was een dieptepunt in mijn
carrière. Uiteindelijk ben ik weer teruggegaan, maar het werd een heel
matig jaar. We degradeerden roemloos. In de zomer van 1999 liet Forest
me dan eindelijk gaan en ik maakte de overstap naar Vitesse. Daar had
ik zonder meer een goed jaar, waarin ik 25 goals scoorde en terugkeerde
bij Oranje. Ik dacht dat mijn buitenlandse avonturen afgelopen waren,
maar afgelopen zomer kwam ineens Benfica op de proppen met een
fantastische aanbieding. Laten we het maar doen, dacht ik en ik pakte
mijn koffers weer in met de bedoeling voor drie jaar naar Portugal te
gaan. Uiteindelijk eindigde mijn Portugese tijd al na één seizoen. Bij
Benfica trof ik ongeveer dezelfde omstandigheden aan als bij Nottingham
Forest. Het was daarom een heel moeizaam jaar. Het ontbrak de club aan
structuur en organisatie. Bovendien versleten we drie trainers in één
seizoen en waren de resultaten matig. Ik scoorde weliswaar nog 19 goals
en dat is best veel in zo’n verdedigend ingestelde competitie. Maar er
kwam een nieuwe voorzitter en die zag het om duistere redenen niet in
mij zitten. Ik hoefde me niet meer bij de selectie te melden zou in
principe met het tweede gaan meetrainen, een behandeling die van weinig
respect getuigde. De club wilde me vervolgens verkopen aan een andere
buitenlandse club, maar daar had ik geen trek in. Weer bewijzen in een
ander land, weer afhankelijk zijn van de een of andere rare voorzitter.
Ik wilde terug naar Nederland, waar iedereen gewoon normaal doet en
waar ik terecht zou komen in een vertrouwde omgeving.’
‘De flirt met Feyenoord is
niet van vandaag of gisteren. Al in mijn RBC-tijd werd er over een
overgang naar Rotterdam gesproken. Maar tot begin juli 2001 was die
interesse nooit echt concreet. De transfer van Benfica leverde nog wat
complicaties op, maar met Feyenoord was ik er redelijk snel uit.
Voorlopig heb ik voor twee jaar getekend. Ik wilde graag naar
Feyenoord: ik heb er zin in om in de Kuip te voetballen en om voor het
eerst in mijn carrière Champions League te gaan spelen. Bovendien wil
ik dolgraag kampioen worden. Als ik zie wat voor kwaliteit we in huis
hebben, dan moet dat kunnen. Ik ken de verhalen van Feyenoord en zijn
spitsen, maar ik maak er niet druk om. Het is me ook om het even of ik
er 10 of 20 scoor, als we maar kampioen worden. Natuurlijk is het
fantastisch om een goal te maken, maar scoren is op zich niet iets dat
mij heel erg bezighoudt. Misschien is dat wel mijn geheim en gaat
doelpunten maken me daarom zo gemakkelijk af. Ik weet dat ik goals kan
maken als er maar kansen voor me gecreëerd worden. Dan sta ik er verder
niet bij stil, maar haal gewoon de trekker over. Dat moet in Rotterdam
ook geen probleem zijn.’
2003-2005 FENERBAHÇE
2005 NAC
2006 FEYENOORD
Binnenkort vertel ik je hier meer over wat er de laatste jaren met me gebeurd is.
Naam: Pierre van Hooijdonk
Geboortedatum: 29 november 1969
Geboorteplaats: Steenbergen Contract tot: juli 2007
Positie: Spits. Interlands: 46 (14 goals).
Opleiding:
ik heb op het Atheneum gezeten, echter voornamelijk om de bal van het
dak te halen. Verder de Lagere agrarische school en KMBO-detailhandel
Burgerlijke staat: ik woon samen met mijn vriendin Corine. We hebben twee kinderen.
Clubs:
SC Welberg, NAC, vv Steenbergen, RBC, weer NAC, Celtic, Nottingham
Forest, Vitesse, Benfica, Feyenoord, Fenerbahçe, weer NAC en nu weer
Feyenoord.
Trainers: Cor Pot, Wally Jansen, Jo Jansen, Piet de
Visser, Ronald Spelbos, Tommy Burns, Dave Bassett, Ron Atkinson,
Herbert Neumann, Edward Sturing, Ronald Koeman, Jupp Heynckes,
Mourinho, Toni, Bert van Marwijk, Christoph Daum, Ton Lokhoff en nu
Erwin Koeman.
Favoriete club: NAC.
Favoriete stadion: Celtic Park.
Favoriete speler: Ruud Gullit
Stad: Breda.
Hoogtepunt: Het veroveren van de UEFA Cup met Feyenoord.
Dieptepunt: De drie maanden noodgedwongen inactiviteit tijdens mijn conflict met Forest.
Vrije tijd: tennis en golf.
Tijdschriften: Voetbal International en Sportweek, daarnaast MAN.
Krant: AD, Telegraaf en BN/De Stem.
Televisie: Alle sportprogramma’s.
Muziek: Alles behalve hardrock en klassiek.
Beste CD: Iets van George Michael.
Beste film: Silence of the Lambs.
Beste boek: ‘The Pelican Brief’ van John Grisham.
Eten: Italiaans met vis.
Drank: Perensap en bier.
Beste eigenschap: Altijd vrolijk.
Slechtste eigenschap: Soms te gemakkelijk.































