Biografie
Het begin-M'n ouders woonden in de Belgischestraat. Als jongetje van vijf, zes, zeven jaar speelde ik niet alleen op straat, maar ook op het weiland van boer Littel. Een stuk grond bij het Witte Dorp, naast het terrein van HWD en de bijvelden van Sparta. M'n vader en m'n broer bezochten alle thuiswedstrijden van Sparta. Het Kasteel was vijf minuten lopen van ons huis. Het kwam eenvoudig niet in hun hoofden op om naar Zuid te gaan, naar Feyenoord. Je liep het Zwarteweggetje af, de hol over en je was op het Kasteel. Het sprak dus eigenlijk vanzelf dat ik lid werd van Sparta. Dat kon pas toen ik elf was, want vroeger had je nog geen Eetjes en Effies. Je werd meteen C-junior.
Voordat ik aangenomen werd moest ik voorspelen en voor de ballotagecommissie verschijnen. Dat voorspelen gebeurde op Spangen, op het hoofdveld en dat was natuurlijk wat. Toon van den Enden was toen de hoofdtrainer bij Sparta en Piet de Visser zat bij de jeugd. Dat selecteren ging vrij scherp. Van de vijftien stuurden ze er rustig twaalf weg. Piet de Visser kende me al een beetje. Die had me bij het vrije voetbal al een tijdje gevolgd en daarom mocht ik blijven. De heer Rijnbende was toen jeugdcoördinator. Een legendarisch figuur. Hij was erg streng, maar ook heel eerlijk en oprecht. Een man waar je tegen opkeek.
Toen ik eindelijk gerechtigd was om te spelen, kwam ik in C3 en m'n eerste competitiewedstrijd was SVV uit. Eén jongen uit dat elftal kan ik me nog goed herinneren. Dat was Koos van Velzen, een grote stevige knaap, die als het moest alles onderuit schopte. Daarom noemden ze hem Eichmann.
Daarna heb ik achtereenvolgens in Cl, B1 en A2 gespeeld. Een plaats in Al was aanvankelijk niet voor me weggelegd, want die was voor Tonny van Leeuwen, een ontdekking van Hans de Koning. Die jongen straalde zoveel kracht en explosiviteit uit, dat ik daar een tijdje behoorlijk tegenaan heb staan te hikken. In die tijd was ik namelijk heel timide. Waarom ze me eigenlijk Pim zijn gaan noemen, weet ik niet, want ik heet eigenlijk Wim, Willem. Misschien was het wel omdat ik als jongetje nogal klein was. Dat was ook de reden, waarom ik doelman ben geworden. Ik mocht meedoen met de grote jongens, maar dan moest ik wel in het doel gaan staan. Een doel zonder lat, want op straat bestond het doel uit de stoeprand en een put. Pas toen Tonny van Leeuwen naar de senioren ging en Andries van Dijk uit het eerste verdrong, kwam ik in A1 .
M'n debuut in het eerste - M'n debuut in het eerste maakte ik op 18 augustus 1962 tegen Blauw Wit. We wonnen met 4-1. Het enige tegendoelpunt kwam van het hoofd van... Ger ter Horst. Ik dankte m'n verkiezing aan een schouderblessure van Tonny van Leeuwen. Jan van der Velden was toen de reserve-keeper, maar Denis Neville durfde het niet met hem aan. De toenmalige bondscoach Elek Schwartz heeft toen tegen hem gezegd: 'Waarom neem je Pim Doesburg niet?' Oom Elek kende me van het Nederlands jeugdelftal. Tijdens een toernooi in Roemenië was ik tot de beste keeper uitgeroepen. M'n tweede wedstrijd speelde ik op het Mosveld tegen De Volewijckers. Het werd 2-2 en ik stopte een penalty. M'n grote doorbraak kwam in de derde wedstrijd tegen PSV. Ik stond toen fantastisch te keepen en daardoor bleef het 0-0. Tonny van Leeuwen stond op dat moment al te trappelen van ongeduld om terug te komen. De concurrentie tussen ons was enorm. Daar kwam een eind aan toen Tonny voor een ton aan GVAV werd verkocht. Dat was in die tijd een enorm bedrag.
M'n transfer naar PSV - De eerste keer dat ik naar PSV ging - dat was in 1967 - ben ik daar min of meer toe gedwongen. Ik had een zeer goed seizoen achter de rug, toen Wiel Coerver me bij zich riep. Ik dacht dat ik salarisverhoging zou krijgen, maar in plaats daarvan kreeg ik te horen: Je gaat naar PSV of naar het tweede. Sparta had namelijk in Jan van Beveren een tweede keeper, waarvan iedereen kon zien dat het een hele grote zou worden. Ik moest eenvoudig weg. Sparta heeft toen 4,5 of vijf ton voor me gevangen en het kreeg nog twee spelers toe: Miel Pijs en Lambert Verdonk.
In m'n hart vond ik het helemaal niet leuk. Want Sparta was alles voor me en PSV was toen nog niet de topclub die het nu is. Met Sparta wonnen we vaker dan dat we verloren. M'n wereld stortte echt in, toen Coerver me voor de keus stelde. In 1970 moest ik weer wijken voor Van Beveren. Toen had Kurt Linder zijn zinnen op hem gezet. Er kwam een ruil tot stand, waarbij Sparta, als ik het goed heb, nog acht en een halve ton toe kreeg.
M'n tweede transfer naar PSV, in 1980, is op een heel andere manier tot stand gekomen. Het seizoen dat er aan voorafging was zowel voor Sparta als voor mij een bijzonder slecht jaar geweest. Het was het seizoen van Petescu, waarin Joop Brand als reddende engel optrad. Ik speelde bar en boos. Als ik bij Sparta was gebleven, was ik in het tweede terechtgekomen. Ik was aan een verandering van klimaat toe. Ik moest weg. De enige manier om dat voor elkaar te krijgen was ruzie zoeken. Dat was niet zo netjes, maar zo gaat dat nu eenmaal in het betaalde voetbal.
Het is me door een heleboel Spartanen niet in dank afgenomen. Die hebben zes, zeven jaar niet tegen me gesproken. Ook voor Barry Hughes was het niet zo leuk dat ik vertrok, want toen hij kwam, zat-ie zonder keeper .
M'n beste wedstrijd - Die speelde ik in m'n eerste seizoen in de Meer tegen Ajax. We wonnen met 2-1 door doelpunten van de Engelsman Wilson en Gerard van de Kerkhof, de oudere broer van de tweeling. Ik was in die tijd in militaire dienst en 's zondags droeg ik een wit petje.
In die wedstrijd tegen Ajax pakte ik alles. In die tijd drukten keepers veel meer hun stempel op de wedstrijden dan tegenwoordig. lk weet niet hoe dat komt. Misschien zit het wel in de systemen. In die tijd speelden we nog met een stopperspil.
M'n grootste blunder - Ach, ik heb er zoveel gemaakt, dat het moeilijk is om er één tussenuit te pikken. Maar één afgrijse lijk moment staat me nog helder voor de geest. Het gebeurde in een thuiswedstrijd tegen PSV , die we met 0-2 verloren. Bij een stand van 0-0 grijp ik de bal uit de lucht en ik ga naar de grond. Hoe het kwam, mag Joost weten, maar ik laat even de bal los. Een centimeter misschien, maar voor Ralf Edström was dat net voldoende om de bal in het net te tikken. Die had een neus voor zulk soort kansen. Ik dacht echt dat ik gek werd.
Het sterkste Sparta-team waarin ik speelde - Dat was het elftal, waarmee we onder Georg Kessler lange tijd aan de kop stonden en we voor 40.000 mensen in de Kuip tegen Bayern München speelde. Dat elftal bestond uit: Doesburg, Venneker, Eijkenbroek, Ter Horst, Bentzon, Walbeek, Bosveld, Klijnjan, Heijerman, Kreuz en Kristensen.
M'n mooiste herinnering als international - Dat was de WK-revanche tegen Argentinië in Zwitserland, die we na 0-0 met strafschoppen verloren. Piet Schrijvers was toen geblesseerd en Hans van Breukelen nog niet in beeld.
M'n trainers - Ik heb er heel wat gehad: Piet de Visser, Toon van den Enden, Denis Neville, Bill Thompson, Wiel Coerver, Hans Eijkenbroek, Petescu, Joop Brand, Hans Kraay, Nikolic, Blokland, Linder, Kessler, Brom, Libregts, Reker, Hiddink en misschien ben ik er nog wel een vergeten.
lk heb van allen wat opgestoken, van de één wat meer dan van de ander. Piet de Visser heeft me de grondbeginselen van het vak geleerd, Georg Kessler was zowel binnen als buiten het veld een perfecte organisator. Thijs Libregts heeft het aangedurfd om me op 36-jarige leeftijd nog naar PSV te halen. Daardoor heb ik m'n carriere tot 44 kunnen rekken. Daar ben ik hem dankbaar voor.
M'n concurrenten - Jan van Beveren was de beste. Het verschil tussen hem en mij was niet erg groot, maar hij kwam wat rustiger over. Innerlijk was hij misschien nog nerveuzer dan ik. Jan was in staat onmogelijke ballen te pakken. Dat stempelt hem tot een grote. Een goeie keeper pakt de normale ballen en zo nu en dan ook een onhoudbare. Bovendien voegt hij er een scheutje show aan toe.
Waar staat geschreven dat een keeper sober moet blijven. Wie zegt dat dan wel? De spectaculairste reddingen worden door het publiek het meest op prijs gesteld.





