Op 7 augustus 1994 speelde Feyenoord, de bekerwinnaar, in het bloedhete Cartagena de finale van de Trofeo Bahía de Cartagena tegen Real Madrid en verloor met 6-2, voor 15.000 toeschouwers in het Estadio Cartagonova; scheidsrechter was Gómez López. Het was de eerste serieuze krachtmeting van het seizoen, nadat Feyenoord tot dan toe alleen tegen zwakke tegenstanders had geoefend. De Rotterdammers maakten een krachteloze indruk en hadden geluk dat doelman Ed de Goeij op dreef was. Binnen een half uur stond Real met 4-0 voor door doelpunten van de Chileen Iván Zamorano (twee keer), de van Barcelona overgenomen Michael Laudrup en Míchel. Dean Gorré deed vlak voor rust iets terug (4-1). In de eerste tien minuten na rust schoten Zamorano en invaller Dani Real naar 6-1, waarna de ploeg van Wim van Hanegem goed wegkwam toen Martín Vázquez en Dani het houtwerk raakten. De voor Gorré ingevallen Orlando Trustfull bepaalde de eindstand op 6-2.
Feyenoord speelde met De Goeij; Van Gobbel (46. Henrik Larsson), De Wolf, Scholten, Heus; Bosz, Gorré (46. Trustfull), Taument, Van Loen (46. Maas), Witschge en Blinker.
Bron: eigen verslag op basis van het ANP-verslag in Het Parool, de Volkskrant en de Leeuwarder Courant van 8 augustus 1994 (Delpher), de uitslag bij RSSSF en de opstellingen in de beschrijving van de wedstrijdvideo op YouTube.


